Veiligheid

Voorschriften en aanbevelingen voor het veilig bouwen van een Modelstoomketel

Net als in het grootbedrijf dient de Modelstoomketel aan een aantal veiligheidseisen te voldoen om te voorkomen dat er zich in geval van een calamiteit persoonlijk letsel voordoet. Ook een Modelstoomketel, hoe klein ook, kan desintegreren ten gevolge van te hoge druk, te kleine wanddikte, kwalitatief onvoldoende las- of soldeerverbindingen of door de toepassing van voor het doel ongeschikt materiaal.
De voorschriften voor het bouwen van Modelstoomketels werden in het verleden opgesteld door modelbouwverenigingen en waren in Nederland min of meer gebaseerd op de Regels voor Toestellen onder Druk, uitgevaardigd door de toenmalige Dienst voor het Stoomwezen. De controle op de uitvoering van de modelbouwregels werd – en wordt nog steeds – uitgeoefend door de inspecteurs van de verenigingen.

Door de EEG werden uniforme regels opgesteld voor toestellen onder druk, te weten de PED (Pressure Equipment Directive), welke sinds 1999 in alle landen aangesloten bij de EER, dus ook in Nederland van kracht zijn. Hoewel deze regels feitelijk voor het grootbedrijf en seriematige fabricage (bijv. snelkookpannen) opgesteld zijn, gelden deze ook voor modelbouwers. In een aantal landen zijn er echter t.b.v. bijvoorbeeld modelbouwers uitzonderingen op deze regels gecreëerd. Niet Nederlandse bouwers adviseren wij daarom contact op te nemen met hun landelijke modelbouwverenigingen. In Nederland zijn er echter geen uitzonderingen. Ook de modelbouwer moet zich hier aan deze regels confirmeren.
Nu is het uiteraard voorstelbaar dat niet iedere hobbyist, die het plan heeft opgevat een stoomketel of stoomlocomotief te gaan bouwen, op dit terrein onderlegd is. Daarom hebben een aantal modelbouwverenigingen de handen ineen geslagen en een gezamenlijk voorschrift opgesteld, het Keuringsreglement Modelstoomketels, voor het bouwen van een Modelstoomketel welke aan de PED voldoet en daarmee aan de vigerende wetgeving, een enkele uitzondering daar gelaten. Deze verenigingen zijn de Stoomgroep Holland (SGH), de Nederlandse Vereniging van Modelbouwers (NVM), de Stoomgroep Turnhout (SGT), de KMYCA uit Antwerpen en de landelijke Nederlandse stoomgroepen, aangesloten bij het SvS, het Samenwerkingsverband van Stoomgroepen. De uitvoering van deze voorschriften is in handen van een aantal landelijke inspecteurs.

In verband met verschillen tussen de Nederlandse en Belgische wetgeving zijn de eerder genoemde verenigingen het volgende overeengekomen:
1. De SGT en de KMYCA keuren geen ketels van Nederlandse bouwers die niet in België woonachtig zijn.
2. Ketels van Nederlandse bouwers die in België woonachtig zijn worden aldaar volgens de in België vigerende voorschriften gekeurd
3. Ketels van Belgische bouwers die in Nederland woonachtig zijn worden in Nederland volgens de hier vigerende voorschriften gekeurd
4. De NVM en SVS (SGH) zullen ketels met een Belgisch keuringscertificaat, afgegeven door de SGT en KMYCA in Nederland accepteren omdat deze aan de Belgische wetgeving voldoen.
Geïmporteerde Modelstoomketels voorzien van een door de fabrikant afgegeven CE certificaat zullen worden geaccepteerd maar ter verkrijging van een Nederlands pers- en stoomcertificaat zal een inspecteur deze nogmaals afpersen en een stoomtest verlangen. Zijn te importeren ketels niet voorzien van een CE certificaat, dan is acceptatie veelal niet mogelijk. Om teleurstellingen te voorkomen adviseren wij om in geval van een geplande import vooraf altijd contact op te nemen met een inspecteur.
Op deze wijze dragen wij er allen zorg voor dat deze mooie hobby op een veilige, en voor iedereen toegankelijke manier kan worden uitgeoefend.

Alvorens met het bouwen van een stoomketel te beginnen wordt de bouwer dringend aanbevolen:
1. Zich terdege te verdiepen in alle aspecten die bij de bouw van een modelstoomketel een rol spelen door onder meer het bestuderen van de beschikbare literatuur.
2. Het Keuringsreglement voor Modelstoomketels nauwkeurig te bestuderen (te downloaden van deze site)
3. Te rade gaan bij ervaren bouwers indien de nodige ervaring ontbreekt.
4. Zich goed op de hoogte te stellen van de geldende ontwerprichtlijnen en voorschriften voor modelstoomketelbouw indien de ketel zelf wordt ontworpen. Deze ontwerprichtlijnen zijn vastgelegd in het “Handboek Stoomketels” en wordt uitgegeven door de ledenservice van de Stoomgroep Holland.
5. Contact op te nemen met en deskundig advies in te winnen bij een inspecteur en de constructietekeningen en indien beschikbaar, de berekeningen ter controle aan te bieden aan een rekenmeester aangesloten bij het Samenwerkingsverband van Stoomgroepen, indien het ontwerp van de ketel (druk en volume) zodanig is dat deze in het gebied valt waarvoor een persbewijs noodzakelijk is. Het adres van de aangesloten inspecteur in uw regio alsmede het contactadres van de rekenmeester is elders vermeld op deze website. Met de rekenmeester en inspecteur worden bindende afspraken gemaakt betreffende constructie en materiaalkeuze en in welke tussenstadia de ketel ter inspectie dient te worden aangeboden. Voor een algemene oriëntatie kunt u ook contact opnemen met de Veiligheids Coördinator van het SVS.
Bedenk hierbij dat het achteraf ter controle aanbieden van een ketel, dus nadat deze is gebouwd zonder tussenkomst van een rekenmeester en inspecteur, zal leiden tot weigering van afgifte van een persbewijs. In dat geval mag een ketel niet in een openbare ruimte en/of in het bijzijn van derden op druk worden gebracht.
Ook indien het persbewijs gezien de bedrijfstoestand niet noodzakelijk is, is het ten zeerste aanbevolen contact op te nemen met een ervaren bouwer en met hem de constructie en bewerkingen intensief te bespreken en zo nodig zijn hulp in te roepen tijdens de bouw van de stoomketel.
Het is en blijft de verantwoordelijkheid van de bouwer er voor te zorgen dat een goede, betrouwbare en veilige stoomketel tot stand komt. Aan aanwijzingen van een inspecteur noch rekenmeester kunnen geen rechten worden ontleend.

In het kader van de PED geldt voor Miniatuur Stoomketels:
– Ketels met een overdruk (druk t.o.v. de atmosferische druk) < 0,5 bar vallen niet onder de PED. Deze ketels kunnen zonder tussenkomst van een inspecteur en rekenmeester worden gebouwd. Het is wel verstandig hiervoor een eigen verklaring in te vullen. Deze verklaring kan worden gedownload van deze site. - Ketels met een inhoud van <2 liter vallen niet onder de PED, ongeacht de werkdruk. Echter, de modelbouwverenigingen vereisen wel een persbewijs voor ketels met een overdruk van > 3 bar. Voor ketels met V < 2 liter en P < 3 bar, volstaat een eigen verklaring. Voor ketels met V < 2 liter en P > 3 bar dient een pers- en stoombewijs afgegeven te worden door een inspecteur. In de voorschriften worden deze ketels aangeduid met Cat.0. Voor gedetailleerde voorschriften wordt verwezen naar het Keuringsreglement voor Modelstoomketels (te downloaden van deze site).
– Ketels met P x V <50, worden in het Keuringsreglement aangeduid als Cat. I en vallen in het kader van de PED onder Artikel 3.3. Voor gedetailleerde voorschriften zie het Keuringsreglement. - Ketels met 50 < P x V < 200 worden aangeduid als Cat.II. In deze categorie moet de eindcontrole worden uitgevoerd door een zg. Notified Body, afgekort NoBo, een gecertificeerd keuringsbureau. In deze categorie worden geen koperen ketels gekeurd. Voor details verwijzen wij naar het Keuringsreglement. - Ketels met P x V > 200 worden door de rekenmeester en inspecteurs niet in behandeling genomen en dienen rechtstreeks met een NoBo te worden afgehandeld. Voor details verwijzen wij naar de inhoud van de PED
Voor definities van P en V zie het Keuringsreglement

VOORSCHRIFTEN TOT HET VERKRIJGEN VAN EEN PERSBEWIJS
Zie ook het Keuringsreglement voor Modelstoomketels
1. Er dient de rekenmeester een duidelijke bouwtekening te worden overlegd waarin aangegeven alle noodzakelijke aanzichten en doorsneden, materiaalspecificaties, details van las- en soldeerverbindingen, alsmede opgave van de maximale werkdruk en berekend volume. De aanzichten, doorsneden en individuele onderdelen waaronder de veiligheidsklep(pen) moeten zijn bemaat. Van alle onder druk staande onderdelen moeten de wanddiktes duidelijk zijn aangegeven. Dit geldt ook voor tekeningen die niet door de bouwer zelf zijn vervaardigd (erkende of handelstekeningen). De ontwerp- en beoordelingsnormen zijn opgenomen in het “Handboek Stoomketels”, een gezamenlijke uitgave van de Stoomgroep Holland en de NVM. Na goedkeuring zal de rekenmeester de tekening voorzien van handtekening en datum. Het voorgaande geldt ook voor tekeningen die kant en klaar worden gekocht van derden. Ook dan moet de tekening ten behoeve van het constructiedossier van een handtekening en datum van een rekenmeester worden voorzien.
2. De tekening dient vóór de aanvang van de bouw aan de betreffende inspecteur te worden overlegd.
3. De proefpersing kan worden geweigerd indien de vervaardiging duidelijk aanwijsbare tekortkomingen vertoont, of indien de ketel duidelijk aantoonbaar en op ontoelaatbare wijze afwijkt van de vóór aanvang van de bouw overlegde tekening en zoals vastgesteld door de inspecteur.
4. De ketel dient voor de eerste keuring te worden aangeboden zonder bekleding of appendages, met afgestopte openingen en voorzien van een aansluitnippel G ¼” inwendig. Bij het persen en bij elke herkeuring wordt de eigen manometer van de Modelstoomketel gecontroleerd aan de hand van de persmanometer.
5. De proefpersing geschiedt met leidingwater, max. 45°C, en een druk van 2 x PS (PS = maximale werkdruk) voor stalen, roestvaststalen en koperen ketels. Deze druk zal tenminste 15 minuten worden gehandhaafd. In Cat.II zal de NoBo de persdruk bepalen.
6. Bij goed gevolg wordt de ketel onder toezicht van de inspecteur voorzien van het corresponderende nummer en keurmerk. Het persbewijs wordt afgegeven maar krijgt pas na de afgenomen stoomproef volledige geldigheid.
7. Stoomproef: Bij goed brandend vuur en krachtig in werking zijnde aanjager mag de stoomdruk bij geopende veiligheden de maximale werkdruk met niet meer dan 10% overschrijden. In geval van een Cat.II ketel zal de stoomproef bij de NoBo plaatsvinden
8. De ketel dient voorzien te zijn van de volgende appendages:
– manometer, voorzien van rode streep op de maximale werkdruk
– minstens één afgeschermd peilglas
– twee onafhankelijk van elkaar werkende voedingstoestellen

Op beurzen en tentoonstellingen zal van de bouwers/eigenaren worden verwacht dat zij een ingevuld Certificaat van Deugdelijkheid bij zich hebben (te downloaden van deze site) indien zij de ketel, mits de werkdruk niet hoger is dan 3 bar en het volume kleiner dan 2 liter, op stoom willen brengen. Indien de werkdruk hoger is dan 3 bar dient men een geldig bewijs van een met goed gevolg afgelegde stoomproef te kunnen overleggen en mag de herkeuringstermijn van 2 jaar niet zijn overschreden.